Alpenhoorn – in het spoor van de natuurlijke tonen.

In de loop van de geschiedenis verstomde de alpenhoorn als instrument van de herders in Zwitserland bijna volledig. Pas met de romantiek in de 19e eeuw en de opleving van folklore en toerisme beleefde de alpenhoorn een renaissance – en groeide zelfs uit tot nationaal symbool.

Inhoud delen

Bedankt voor uw waardering
Net als didgeridoos, indiaanse trompetten van bamboe of hout en Afrikaanse houten hoorns behoren ook alpenhoorns tot de oorspronkelijke blaasinstrumenten van hout. De alpenhoorn wordt in Zwitserland voor het eerst officieel vermeld in het midden van de 16e eeuw door de natuurgeleerde Conrad Gesner.

Communicatie met mens en dier

De alpenhoorn was lange tijd een werktuig van de herders. Hij diende ertoe, om de koeien van de weide naar de stal te roepen, wanneer het tijd was om te melken. In een gravure van 1754 zie je, hoe een herder de koeien bij het naar de alpenweide trekken met de klanken van de alpenhoorn voor het laatste steile gedeelte van het pad motiveert. Op een achterglasschildering uit het Emmental van 1595 wordt op de alpenhoorn geblazen, vermoedelijk om de koeien tijdens het melken te kalmeren. Het alpenhoornblazen 's avonds is ook een traditioneel thema in de kunst. Dit spel diende als avondgebed en werd vooral in gereformeerde kantons uitgeoefend, terwijl in de Duitstalige katholieke kantons in Centraal-Zwitserland de Betruf (alpenherdersgebed) meer verankerd is. Maar de belangrijkste functie van de alpenhoorn was de communicatie met de alpenherders van de naburige Alpen en met de mensen onder in het dal.

Van een bestaan op de achtergrond tot nationaal symbool

Toen in de loop van de tijd de kaasproductie zich steeds meer van de alpenweide naar de melkfabrieken in de dorpen verplaatste, werd na 1800 ook de alpenhoorn steeds zeldzamer. Nadat hij op traditionele feesten nauwelijks meer te horen was, liet de Bernse voorzitter van de kantonraad Niklaus von Mülinen in de jaren 1820 alpenhoorns maken en in Grindelwald aan begaafde spelers uitdelen. Weliswaar had de alpenhoorn zijn oorspronkelijke functie in de bergen min of meer verloren, maar als muziekinstrument won het de harten van de toehoorders – en werd zo een toeristische attractie en symbool voor Zwitserland.

Koperen blaasinstrument

De toonaard, waarin een alpenhoorn gespeeld kan worden, hangt van zijn lengte af. In Zwitserland is de fis/ges-alpenhoorn met een lengte van 3,5 m toonaangevend. Ondanks of juist ook dankzij zijn eenvoudige bouwwijze is een alpenhoorn tamelijk moeilijk te bespelen. Want, terwijl alle andere blaasinstrumenten in de loop van de tijd technische ontwikkelingen ondergingen (klankgaten, kleppen), heeft de alpenhoorn tot op heden zijn oorspronkelijke vorm bewaard. Muzikanten rekenen het instrument van hout overigens tot de koperen blaasinstrumenten, omdat je er met dezelfde blaastechniek tonen aan ontlokt. Maar in zijn unieke klank verenigt hij de rijkdom van een koperen blaasinstrument met de zachtheid van een houten blaasinstrument.

De onmiskenbare alpenhoorn-fa

Vroeger bepaalde de lengte van de zilverspar de hoogte van de grondtoon. Tegenwoordig worden volgens beproefde massa's de gewenste stemmingen bereikt, die het samenspel met gelijkgestemde alpenhoorns of andere muziekinstrumenten veroorloven. In het getempereerde toonsysteem wordt de octaafinterval in 12 halve tonen ingedeeld. Deze zogeheten chromatische toonladder kan op de alpenhoorn echter pas vanaf de vierde octaaf worden voortgebracht. Met name vermeldenswaardig zijn drie tonen, die in het getempereerde toonsysteem niet voorkomen. De 7e natuurlijke toon is een iets te hoge b, de 11e ligt tussen f en fis (de bekende alpenhoorn-fa), de 13e klinkt iets hoger dan as.

De vervaardiging van alpenhoorns

Hoewel het gebruik en het spel van de alpenhoorn tussen de 16e en 20ste eeuw verschillende keren veranderde, is de vorm van dit instrument niet fundamenteel veranderd. De alpenhoorn is nu nog een lange, conische buis, aan het einde gebogen als een koehoorn. Tot in de jaren 1930 werden voor de bouw van de alpenhoorns, jonge op steile plaatsen krom groeiende pijnbomen gebruikt. Omdat dit alpiene hout langzaam groeit, liggen de jaarringen dicht bij elkaar. De stammen werden volledig opengesneden, uitgehold en weer samengevoegd. De huidige alpenhoornbouwers gebruiken ook andere houtsoorten zoals de es of vreemde materialen: zo zijn er ook hoorns van carbon. Ook de bouwtechniek is veranderd, doordat meestal losse delen (handbuis, middenbuis, eindbuis en beker) op elkaar gelijmd en vervolgens in de vorm gesneden worden. Beide methoden – het uithollen of stuk voor stuk samenvoegen – vergen ongeveer evenveel handwerk. Het bewerken met de guts duurt meer dan 70 uur, voordat de wanddikte 4 tot 7 millimeter bedraagt. De uitgeholde, samengevoegde stukken worden met ringen samengehouden. Een kleine houten steunvoet stabiliseert de alpenhoorn. Daarna worden de hoorns met pitriet (rotan) omwikkeld. Vroeger werden ook stroken linnen, metalen ringen, botten of hout en stroken schors van de kersenboom of berk gebruikt. Sinds ongeveer honderd jaar helpt een mondstuk, bij het blazen en kunnen de tonen zodoende beter gecontroleerd worden.

Alpenhoorn als muziekinstrument

De Zwitserse jodelvereniging, waartoe de alpenhoornblazers behoren, heeft tegenwoordig in Zwitserland en de hele wereld zo'n 1800 leden die alpenhoornblazer zijn – en de tendens is stijgend. Zijn grote optreden beleeft de alpenhoorn telkens op het eedgenootschappelijke jodelfeest, bij de optochten van de Zwitserse klederdrachtvereniging evenals tijdens het jaarlijkse, internationale Alpenhoornfestival in Nendaz. Daarnaast vind je alpenhoorns o.a. ook in de klassieke muziek (Sinfonia pastorella voor alpenhoorn en strijkers in G grote terts, Leopold Mozart of Parthia op boereninstrumenten van Georg Druschetzky), in de jazz of in de meest uiteenlopende experimenten in de moderne muziek.
Bron

www.swissworld.orgwww.swissinfo.ch

Kies een andere weergave van de resultaten: