Val-de-Travers

Val-de-Travers

Val-de-Travers

Val-de-Travers

Val de Travers

Val de Travers

Het door de uurwerkindustrie gekenmerkte Val de Travers strekt zich van het Meer van Neuchâtel dwars door de Jura tot aan de Franse grens uit. Asfaltmijnen en het keteldal Creux du Van horen net zo bij het Val de Travers als een schuimwijnkelder en stoomtreinen precies zo als de Franse hogesnelheidstrein TGV. Maar de heimelijke ster van het dal is toch wel de «Groene Fee».

Klik op de kaart voor details

Inhoud delen

Bedankt voor uw waardering
De bereiding van absintschnaps - ook wel «Groene Fee» genoemd - was meer dan 90 jaar, tot 2005, verboden. De in de late 18e eeuw door twee zussen als opwekkend wondermiddel gebrouwen schnaps beleeft tegenwoordig een renaissance. In de streekmusea komt men veel te weten over de bereiding van absint en over het ambacht van de uurwerkmakers, belangrijkste economische pijler van het dal.

Bijna 300 jaar, tot 1986, werd er in het Val de Travers asfalt gewonnen en naar overal in de wereld geëxporteerd. Zo ontstond een labyrint van ondergrondse gangen en tunnels dat onder deskundige leiding kan worden bezichtigd. Een culinaire specialiteit van de streek is in asfalt gekookte ham. Ook verrassend is de grootste productie van mousserende wijn van Zwitserland in de ruime en diepe kelders van het voormalige benedictijnenklooster St. Pierre in Môtiers.

Het landschap van het Val de Travers wordt gekenmerkt door sparrenbossen, steile kalkformaties, Juraheuvels en beschermde natuurgebieden met veelzijdige wandel- en bezichtigingsmogelijkheden. In de «Métaries», oude boerenhoeven die tot bergpensions zijn verbouwd, vinden wandelaars iets ter versterking. De kloven van Poëta-Raisse, de grotten van Môtiers en de loop van de Areuse zijn uitdrukking van de eeuwenlange kracht van het water, dat zich door nauwe passages door de rotsen een weg heeft gebaand. Saint-Sulpice herbergt een ecomuseum met water als thema.

In Môtiers, de belangrijkste plaats van het dal, leefde van 1762 tot 1765 de beroemde filosoof Jean-Jacques Rousseau voordat de bewoners van het dal hem verdreven en hij op het St. Peters-eiland vluchtte. Zijn voormalige woning is tegenwoordig een museum. Andere geselecteerde attracties van het Val de Travers zijn 's zomers de ritjes in een stoomtrein tijdens de weekends of in de winter de talrijke langlaufloipes in de heuvels van de Jura.

  • Asfaltmijnen - in 1711 ontdekt; het mengsel van bitumen en kalksteen werd van 1830 tot 1986 over de hele wereld geëxporteerd.
  • Creux du Van - spectaculaire halfcirkelvormige rotsformatie met groot beschermd natuurgebied, steenbokken, wilde zwijnen, dassen etc.
  • Areuse-bron en -kloof - loop van de rivier vanaf de vriendelijke bron door de wilde ravijnen tot aan het Meer van Neuchâtel.
  • Wijnkelders van Mauler in Môtiers - bezichtiging van de schuimwijnbereiding volgens de «méthode traditionelle» in een oud benedictijnenklooster.
  • Absintdrogerij - imposant houten gebouw in Boveresse, in 1893 speciaal voor het drogen van vermout en andere voor de bereiding van de «Groene Fee» benodigde planten gebouwd, tegenwoordig voor het publiek toegankelijk.
  • La Brévine - koudste gehucht van Zwitserland («Siberië van Zwitserland») in het naburige dal van het Val de Travers.

Absintfeest - ter ere van de tegenwoordig weer gelegaliseerde «Groene Fee» (juni).



0 Reacties

Reageren op dit artikel

Alle velden met een * verplicht in te vullen.

Kies een andere weergave van de resultaten: