Waar Goethe zijn sporen achterliet. Met de auteur Jürgen Pachtenfels door Goethe's Berner Oberland.

Scrollen

Inleiding

Jürgen Pachtenfels volgt in zijn boek “Ferne Berge im Sonnenschein” Goethes tweede Zwitserse reis door het Berner Oberland in oktober 1779 en vergelijkt daarbij het verleden en het heden met elkaar. Pachtenfels laat daarbij ongekende kanten van de dichter zien.

Berner Oberland.

Het begrip “Berner Oberland” verwijst naar het geografische gebied van de Alpen dat zich in het kanton Bern bevindt. Dit omvat de meren van Thun en Brienz en de beroemde bergen Eiger, Mönch en Jungfrau.

Meer informatie

Kaart

Overzichtskaart
Berner Oberland
Bern Regio
Aanduiden op de kaart

“Goethe was quasi mijn collega.”

Met de auteur Jürgen Pachtenfels en zijn vrouw Madeleine trekken we door het Berner Oberland. Laten we het woord gelijk maar aan Jürgen Pachtenfels zelf overlaten.

Jürgen Pachtenfels
We citeren uit het boek “Ferne Berge im Sonnenschein – Mit Goethe durchs Berner Oberland” van Jürgen Pachtenfels.

“Toen ik op het gymnasium zat werd Goethe geprezen als een soort godheid en dus kwamen we intensief in contact met zijn literatuur. In de daaropvolgende tijd werkte ik als administratief jurist, regeringsdirecteur en hoofd van de overheid bij de deelstaatregering van Schleswig-Holstein. Goethe zelf was in zijn tijd minister in de hertogelijke deelstaatregering van Thüringen.”

In 2003 verhuisden mijn vrouw Madeleine en ik naar Meiringen in het Berner Oberland.
Jürgen Pachtenfels

Wanneer de edelen het avontuur zoeken.

Goethe's reisgezelschap kwam op 8 oktober 1779 te paard in Bern aan. Zwitserland was in die tijd allesbehalve een toeristenparadijs. In die tijd was er geen openbaar vervoer en ook geen bewegwijzerd netwerk van wandelroutes. 

Hertog Karl August van Saksen, Weimar en Eisenach, zijn vriend Oberforstmeister von Wedel en Goethe's dienaar Seidel vergezelden Goethe op zijn avontuurlijke reis. 

Waar de natuur het voor het zeggen heeft

De klim naar de Grosse Scheidegg tijdens Goethe's reis bleek warm en zweterig te zijn. Met het naderen van de winter werd het reisgezelschap uit Weimar, waarmee Goethe op reis was, ook nog eens bang voor de kou en het deed hen beseffen welke gevaren de winter met zich mee kan brengen.

Bovendien waren Goethe en zijn secretaris Seidel het reisgezelschap kwijtgeraakt. Hoe lang ze vermist waren is niet bekend. Maar Goethe en Seidel hadden nogmaals geluk en hebben het gezelschap weer gevonden.

Grosse Scheidegg, Wetterhorn
Bij de beklimming van de Scheidek kregen we het allemaal warm.
Johann Wolfgang von Goethe

Waar water de hoofdrol speelt

Vanuit het uitkijkpunt Zwirgi hadden Goethe en zijn reisgezelschap een prachtig vergezicht – tot diep in het Haslital naar Meiringen. Vandaag de dag genieten de bezoekers van het uitzicht met een typische Meiringer meringue op het terras van het Gasthaus Zwirgi.

 

Onder dit uitkijkplatform dondert over zeven rotsniveaus de waterval Reichenbach de diepte in. Het smeltwater is afkomstig van de Rosenlauigletsjer en baant zich een weg door de indrukwekkende Rosenlauikloof met haar tot 80 m hoge rotswanden.

“Vanuit ons raam zien we het pad, waarop Goethe in 1779 over het huidige Zwirgi naar het dal is geklommen.”

Waar bergen verslavend zijn

Goethe's reisgezelschap beklom de Obersteinberg en beleefde daarbij een zware en gevaarlijke bergtocht. Een deel van het gezelschap haakte af en keerde eerder terug naar Lauterbrunnen. Goethe gaf toe dat het een zware route was geweest. Het regende, was al vroeg donker, en in de verte hoorden ze lawines naar beneden donderen toen de wandelaars 's nachts eindelijk in Lauterbrunnen aankwamen. Maar ook na zijn terugkeer plande Goethe geen rustdag in. De volgende dag ging het gelijk verder.

We zijn hier niet om te ontspannen, maar om een wandeling door Zwitserland te maken.
Johann Wolfgang von Goethe

Een van de belangrijkste redenen voor zijn rusteloosheid waren zijn vele vrouwelijke kennissen (ze groeiden hem gewoon boven het hoofd). Hij probeerde eraan te ontsnappen en wist dat hij in de Zwitserse bergen rust en eenzaamheid zou vinden. Goethe noemde deze beweegreden voor de tweede Zwitserse reis meerdere malen in zijn aantekeningen en ook in bepaalde gedichten van die tijd nam hij het als thema.

Goethe en zijn voorname reisgezelschap haastten zich onvermoeibaar door de bergen, zodat er helemaal geen tijd was om de vele indrukken te verwerken. Seidels aantekeningen waren dienovereenkomstig schaars.

«Om 1 uur waren we op de Schwarzwaldalp. Aan de rechterkant ziet men de Wellhorn, Wetterhorn en Engelhorn. Het weer was helder. We aten wat we van de boeren meegenomen hadden.»

Vroeger was een zacht bed niet vanzelfsprekend.

In 1779 bleek het lastig om zo'n mooi reisgezelschap te huisvesten. Want in die tijd stonden zowel het hotelwezen als de gastronomie in dit gebied in de kinderschoenen en waren er nauwelijks geschikte kamers of helemaal geen kamers beschikbaar. In de grotere steden daarentegen boden de herbergen wel al zulke kamers aan. Op het platteland bleken landvoogden, rechters en geestelijken echter goede gastheren te zijn en ze stonden goed bekend: «In de vroege reisgidsen werden de pastorieën van Lauterbrunnen en Grindelwald in het Berner Oberland bijzonder hoog aangeprezen.*

*Bron: Dr. Roland Flückiger-Seiler, «Tourismus- und Hotelgeschichte im Berner Oberland

Om deze reden schijnt Goethe's reisgezelschap op veel plaatsen moeite te hebben gehad bij het vinden van enigszins aantrekkelijke accommodatie. Vaak was er helemaal geen plaats om te slapen. De aantekeningen van Goethe en Seidel over dit onderwerp vertonen enkele lacunes, waardoor de exacte verblijfplaatsen niet altijd bekend zijn. Maar Goethe was hier niet om elegant te overnachten, maar om in het gletsjergebied te klimmen. ​ 

Vandaag de dag kun je op de Schwarzwaldalp overnachten en heerlijk dineren.

Waar handwerk al meer dan 380 jaar bestaat

Op de Schwarzwaldalp staat een kaasopslaghuis uit 1637. Goethe kwam op weg naar het Haslital langs ditzelfde kaasopslaghuis, wat toen al 142 jaar oud was. Goethe maakte toen haastig de volgende aantekening: «Zulke kaashuizen rustten op een houten fundament, een paar voet boven de grond, zodat droge lucht eronderdoor kon stromen.

Over gebouwen gesproken: het Freilichtmuseum Ballenberg is een openluchtmuseum dat meer dan honderd originele historische gebouwen uit alle delen van Zwitserland laat zien. In Goethe's tijd bestond het museum natuurlijk nog niet, maar waarschijnlijk wel veel van de tentoongestelde huizen, waarvan sommige enkele honderden jaren oud zijn.

Het was in die tijd ook een populair gebruik onder buitenlanders om toe te kijken hoe er op de Alp kaas werd gemaakt. Maar Goethe's reisgezelschap haastte zich snel verder en hield zich niet verder bezig met het onderwerp «kaas. 

Vandaar dat de veronderstelling van Goethe met betrekking tot de afstand van de grond tot de kaasopslag niet helemaal juist was: de kaasopslaghuizen werden niet primair op palen gebouwd zodat de wind eronderdoor kon stromen, maar om het voor ratten en muizen moeilijker te maken om omhoog te klimmen.