Topontmoetingen met de legendes. Met fietsicoon Bruno Risi via Furka, Nufenen en Gotthard.
Inleiding
De Alpenpassen rondom de Gotthard zijn door steen gesymboliseerde mythes: ze hebben een vaste plaats in de Zwitserse geschiedenis – en laten het hart van iedere wielrenner sneller kloppen. Hen te bedwingen betekent strijd, lijden en verlossing. Zelfs voor de voormalige wielrenner Bruno Risi.
Andermatt
"Mij is het onder alle streken die ik ken de liefste en interessantste", zei Johann Wolfgang von Goethe ooit, toen hij eind 18e eeuw drie keer de omgeving van Gotthard bezocht.
Zelfs hoogzomer is het weer in de bergen onberekenbaar, dat weet Bruno Risi uit ervaring. Om de kou te trotseren, gunt de voormalige profwielrenner zich een kopje koffie in de oude dorpskern van Andermatt. Hij geniet van de rust voordat hij aan de inspannende tocht begint: met Furka, Nufenen en Gotthard staan vandaag drie passen op hem te wachten, een tocht met veel bochten door de kantons en meer dan 3100 meter boven zeeniveau.
God voor ogen, de duivel in de rug.
Met dit Urner spreekwoord vat Risi samen wat hij voor de tocht over de passen nodig heeft: nooit het geloof verliezen, nooit verslappen. Hij is een legende in de Zwitserse wielersport, meervoudig wereldkampioen en Europees kampioen baanrennen, winnaar van de zilveren Olympische medaille en seriewinnaar bij de zesdaagse.
"De tocht over een pas is voor mij elke keer weer een avontuur", benadrukt Bruno Risi. Al bij de eerste beklimming naar de Furka blijkt wat hij bedoelt: Er blaast een gevoelige koude wind, na een regenbui trekken de wolken weg, de lucht klaart op. De mystieke sfeer is een visuele metafoor voor de strijd van Risi tegen hemzelf en de berg.
De fietstocht gaat verder...
...door een uniek gebied met natuur en cultuur
Het Gotthardmassief wordt ook de stenen ziel van Zwitserland genoemd. In dit ruige, elementaire landschap zijn heden en verleden in dezelfde mate aanwezig. Bruno Risi fietst over bestrate muilezelpaden en stenen bruggen, langs wegkapellen en vestingen, de stoomtrein kruist de gele postbus.
"Is dat die Risi?", deze vraag hoor je vaak op de tocht van ruim 100 kilometer. Zelfs de machinist van de stoomtrein zwaait vriendelijk naar hem. Risi is altijd een symbool voor de regio: Vanwege zijn wil werd hij 'Uri-stier' genoemd, vanwege zijn vastberaden tempo 'Alpentornado'.
Bij een rit over de passen spelen niet alleen de benen een rol, maar ook het hoofd.
Het is bijna middag, de Nufenen met zijn besneeuwde top vergt veel van Bruno Risi. Zoals ooit bij een etappe van de Tour de Suisse: "Bij de beklimming was er een sneeuwstorm, ik was verkleumd. In Ticino bij bijna 30 graden dampte ik toen echt".
"Kom op Risi, hup!"
De strijd bij de beklimming, de vreugde bij aankomst op de berg, de voldoening na een fietstocht.
"Ik geniet elke keer weer van de verlossing na aankomst op de berg", resumeert Bruno Risi aan de finishlijn. Het is nu plotseling weer zomers warm, de zon breekt door de wolken. Hij is tevreden, ook als tegenwoordig deels amateursporters hem inhalen tijdens zijn tochten: "Ze roepen dan altijd: "Kom op Risi, hup!" Maar ik wil me niet meer met anderen meten, vooral omdat deze 'berggeiten' vaak goed in vorm zijn."
Passen – niet alleen op sportief gebied interessant
Het oversteken van passen heeft een lange geschiedenis. De Gotthardpass verbond Noord‑Europa en Zuid‑Europa, de Oberalpass leidde naar het oosten, de Furka naar het westen. Vooral de Gotthardpass werd een belangrijke Alpenoversteekplaats, omdat de reizigers slechts één pas moesten oversteken. Tot het begin van de 19e eeuw was het een eenvoudig muilezelpad dat handel tussen noord en zuid mogelijk maakte. Rond 1830 werd een voor koetsen en sleeën berijdbare straat aangelegd. De indrukwekkende Tremola is een deel van deze straat op de Gotthardpass en laat op een indrukwekkende manier de bouwkundige meesterlijke prestatie uit een ver verleden zien.
De Gotthard challenge
Furka, Nufenen en Gotthard: Met drie mystieke passen, die regelmatig op het programma van de Tour de Suisse staan, behoort deze tocht tot de absolute klassiekers van de Alpen. Hoewel de tocht slechts 106 km lang is, moet hij niet onderschat worden: met bijna 40 km bergopwaarts, is het een behoorlijke uitdaging.