Zuger volksgebruiken (Zug)
Woensdag voor Agathadag (28 januari): Bäckermöhli Carnavalsmaandag: Greth Schell Zondag na Aswoensdag: Chropflimeh-zingen De stad Zug heeft in de carnavalstijd drie volksgebruiken, die echter onafhankelijk van elkaar zijn en door verschillende organisaties in stand worden gehouden.
De woensdag voor Agathadag komen de molenaar, brood- en banketbakkers, die in één gilde en broederschap zijn verenigd, bij elkaar ter ere van hun heilige en voor een herdenkingsdienst met aansluitend een gildenmaaltijd. Hierna beginnen de kinderen op het plein op de vismarkt «Bäckermöhli, Bäckermöhli» te roepen en daarop komen de gildenbroeders op het balkon en gooien gebak, sinaasappels en worstjes naar de kinderen.
Tot de traditionele carnavalsfiguren van Zug behoort Greth Schell, die in een mand op haar rug haar man, die in het café te veel gedronken heeft, naar huis sleept. Op carnavalsmaandag trekt zij onder begeleiding van zeven bont geklede Lööli (narren) door de straten van de stad.
Vroeger was het gebruikelijk dat op carnavalsdinsdag, de dag voor Aswoensdag, klokslag om middernacht het dansen en lopen met maskers stopte; de dansers nodigde zijn partner uit voor een hapje en werd op de daaropvolgende zondag door haar bediend met koffie of wijn en beignets. Vrienden en bekenden kwamen dat te weten, brachten de verliefden een serenade en kregen daarvoor wijn en beignets. Omdat ze vaak naar meer beignets (Krapfen) vroegen, kreeg het gebruik de naam Chropflimeh.