Inleiding

De lammergier, een botteneter

Met zijn grote vleugelspanwijdte, de rustige zweefvlucht en zijn toegespitste staart is de lammergier gemakkelijk van andere vogelsoorten van het Alpengebied te onderscheiden. Wanneer een zo reusachtige vogel over ons heen vliegt, is het best wel even schrikken. Maar lammergieren zijn volkomen ongevaarlijk. Ze voeden zich namelijk bijna uitsluitend met botten. Ze kunnen ook grotere botten in één stuk verorberen en met hun speciale maagsappen verteren. Als een bot te groot is, dragen ze het de hoogte in. Ze laten het op een rots neervallen zodat het verbrijzeld wordt. De kuikens van de lammergier kunnen de botten nog niet verteren. Ze worden op het einde van de winter geboren. Het smelten van de sneeuw geeft de in de bergwinter gestorven wilde dieren vrij. Zo vindt de lammergier voedsel voor zijn jongen.

Meer informatie


Latijnse benaming:Gypaetus barbatus
Biotoop:Alpengebied
Grootte:Vleugelspanwijdte 260 - 290 cm
Gewicht:3.7 – 7.1 kg
Populatie:9 broedparen
Soort:Standvogel
Broedtijd:Februari - april

Bron Stiftung Pro Bartgeier