Waarom veranderen bladeren van kleur?
Inleiding
Wat is er nou mooier dan wandelen door een kleurrijk bos, springen in een stapel bladeren of genieten van de rust in het bos. Geen enkel ander seizoen heeft zoveel te bieden als de herfst, onmiskenbaar met zijn magische kleuren en pracht. Maar hoe komt het dat loofbomen zich nog een maal van hun gouden kant laten zien voordat ze aan hun winterslaap beginnen?
Waar komen al die kleuren vandaan?
In de herfst daalt de temperatuur en de dagen worden korter. Dit is voor de boom het signaal om de fotosynthese terug te schroeven, een proces waarbij de boom zonlicht, kooldioxide en water omzet in glucose en zuurstof. Voor fotosynthese heeft de boom het groene pigment chlorofyl nodig. Voordat de schrale, lichtarme winter zijn intrede doet, vermindert de boom het chlorofyl in de bladeren en brengt hij alle waardevolle bestanddelen in veiligheid: het blad stuurt stikstof, ijzer, mangaan en andere onmisbare stoffen naar het binnenste van de boom. In de wortels, takken en stam worden die dan opgeslagen tot het voorjaar. Door deze ontwikkeling komen de gele, oranje en rode pigmenten van de bladeren te voorschijn. Deze kleurstoffen, bèta¬ca¬ro¬teen en xan¬tho¬fyl, zitten weliswaar altijd in de bladeren, maar worden anders door het chlorofyl verborgen.
Zonder chlorofyl zouden de gele, oranje, rode en bruine tinten de natuurlijke kleur van onze bladeren zijn.
Waarom vallen bladeren?
Bladeren verdampen voortdurend water. Als de winter komt, en het koud en droog wordt, kunnen de bomen moeilijk via hun wortels water opnemen. Daarom hebben bomen een scheidingsweefsel tussen twijg en bladsteel dat verkurkt en de boom beschermt tegen waterverlies. De bladeren zijn dan niet rot of oud, het is gewoon een natuurlijk mechanisme van de boom om de barre winter te overleven. Nu wacht de boom op de volgende windvlaag en vallen de bladeren op de grond. Bladeren vallen niet even snel van alle bomen af. Bij een beuk of venijnboom kunnen bruine bladeren tot in het voorjaar aan de boom blijven zitten. Dat komt door cellen die de vloeistofstroom verstoppen en de vorming van scheidingsweefsels verhinderen.
- Ca. 535 miljoen ... bomen staan er in de Zwitserse bossen. Oftewel 66 bomen per inwoner.
- 2/3 ... naaldbomen staan er in de Zwitserse bossen. Een derde zijn loofbomen.
- 500.000 bladeren ... heeft een 100 jaar oude beuk. De oudste bomen in Zwitserland (venijnbomen) zijn naar schatting ongeveer 1500 jaar oud.
- Tot 500 liter ... water verdampt dagelijks via de bladeren van een oudere beuk.
- 28 kilo ... verliest een berk elke herfst gemiddeld aan bladeren. Een paardenkastanje zo'n 25 kilo.
- 1500 ton ... bladeren vallen elk jaar in Zürich en Bern op de grond.
Wat gebeurt er met gevallen bladeren?
We vragen ons in het voorjaar vaak af waar die grote hoeveelheden bladeren zijn gebleven. In de steden wordt een groot deel ervan vanzelfsprekend verwijderd. Maar wat gebeurt er met de bladeren in het bos? Het bos heeft geen bladblazers nodig, maar vertrouwt op de natuur. De bladeren zijn interessant voedsel voor veel bodemorganismen. Duizendpoten, pissebedden, springstaarten, mijten en oorwurmen hebben er een feestmaaltijd aan en knabbelen er net zo lang aan totdat alleen het bladskelet overblijft. Wat de bodemorganismen via de darm uitscheiden, is een grondstof die door schimmels en bacteriën tot humus wordt verwerkt. Humus bevat op zijn beurt een hoog gehalte aan mineralen en voorziet zo de boom van belangrijke voedingsstoffen.
Waar komt het begrip “Indian Summer” vandaan?
Het begrip “Indian summer” is bekend, maar waar komt het vandaan en wat betekent het? Met “Indian Summer” beschrijft men in het Engels een warme en droge weerperiode in de late herfst. In deze periode is de bladverkleuring van de bomen bijzonder intens en zijn de bossen het kleurrijkst. De oorsprong van de benaming “Indian summer” is nog niet helemaal duidelijk. De term is waarschijnlijk ontstaan aan de Amerikaanse oostkust, waar warm weer in de herfst niet ongewoon is. De herfst was voor de oorspronkelijke bewoners van Amerika het belangrijkste jachtseizoen en in die periode legden ze hun voedselvoorraad voor de koude, droge winter aan.
In de herfst zijn er vaak inversielagen met zeer droge lucht in de bergen. Door het gebrek aan wolken en het goede zicht komen de kleurrijke herfstbossen dan extra goed tot hun recht.